


De impact van wat we dagelijks als voedsel tot ons nemen op de leefbaarheid van onze planeet, wordt schromelijk onderschat. Tim Lang, bekend van de “food-miles”, berekende dat een gemiddeld Brits huishouden dubbel zoveel CO2-uitstoot veroorzaakt voor zijn voedsel dan voor zijn auto.
Naast de kilometers die het voedsel aflegt, zijn er nog de kilometers van de toelevering aan de landbouwbedrijven. Intussen berucht is de soja uit Brazilië, waarbij eerst grote stukken Amazonewoud moesten gerooid worden, die in onze streken geïmporteerd wordt om in veevoeder te worden verwerkt.
In Vlaanderen doemt gelukkig het spookbeeld van de roofbouw nog niet op; het is aan consumenten en producenten om het zo te houden. Hoe? Door wederzijds respect en samenwerking.
Als het om milieuvervuiling en natuuruitputting gaat, wijst ieder graag naar de ander;“de schuld van de industrie, de landbouw , het verkeer”. Naast de macht- en moedeloosheid die deze manier van kijken veroorzaakt, is er ook het verder uit elkaar drijven van diverse actoren. Als we ecologische problematiek enigszins kunnen oplossen zal dit slechts lukken door (multipartijen)samenwerking. De cultuur en het bewustzijn zullen slechts écht veranderen als een kritische massa mensen wordt bereikt die zelf wijzingen aanbrengen in hun gedragspatronen. Volgens bepaalde sociologische studies zou die kritische massa al op 5% bereikt zijn.
Er is dus nog hoop.


